Terugkeren na een VKB blessure: zo doe je dat!

Geplaatst op

Een veelvoorkomende blessure binnen de sport is de voorste kruisband blessure (VKB). In de amateursport loopt meer dan 3% een VKB-blessure op en in de topsport kan dit oplopen tot maar liefst 15%. Alleen al in het voetbal zijn er in Nederland jaarlijks ruim 4000 VKB-blessures.

Wanneer iemand een dergelijke blessure oploopt, wordt er een VKB-reconstructie toegepast. Dit gebeurt in de meeste gevallen door een ‘nieuwe’ voorste kruisband te maken vanuit de pees onder de knieschijf of de hamstrings. Dit zorgt ervoor dat iemand de knie functioneel weer goed kan gebruiken en dat de passieve stabiliteit van de knie weer voldoende terugkeert.

Uitdaging om weer terug te keren op oude niveau

Een uitdaging na een VKB-reconstructie is om weer terug te keren naar de sport op het oude niveau. Uit cijfers blijkt namelijk dat meerdere jaren na deze blessure slechts de helft van de sporters weer terugkeert naar hun niveau van voor de operatie. Deels omdat men helemaal niet meer gaat sporten en deels omdat men op een lager niveau gaat sporten.

Er zijn genoeg voorbeelden waaraan te zien is dat het wel degelijk mogelijk is om op (top)niveau terug te keren. Kijk bijvoorbeeld maar naar bekende topsporters als Ruud van Nistelrooij (voetbal), Lois Abbingh (handbal), Lindsey Vonn (skiën) of Kim Lammers (hockey). Maar wat moet een sporter doen om op zijn oude niveau terug te keren in de sport?

Waar moet een sporter aan voldoen om terug te keren?

Er is de laatste jaren het één en ander geschreven over de criteria waaraan een sporter moet voldoen om weer terug te keren naar de sport. Het is daarbij belangrijk om op een objectieve manier vast te stellen of een sporter aan die criteria voldoet. Een aantal jaar geleden is een artikel van Nicky van Melick gepubliceerd waarin gekeken is naar de beoordeling van de functionele prestatie na een voorste kruisband reconstructie. Deze functionele prestatie bestaat uit twee componenten. Een kwantitatief deel met bijvoorbeeld krachtmetingen en hoptesten en een kwalitatief deel waarin bijvoorbeeld hoekberekeningen van de knie wordt gekeken.

Na het bekijken van verschillende artikelen in de literatuur zijn de volgende criteria opgesteld:

  • Concentrische en excentrische (isokinetische) metingen van de quadriceps femoris (bovenbeenspier) en de hamstrings met daarbij een uithoudingsvermogen test. Deze metingen kunnen gedaan worden op een isokinetische dynamometer zoals de Biodex.
  • Ten minste twee hoptesten waarbij de voorkeur uitgaat naar de testbatterij van Gustavsson. Waarbij ook een video-analyse en/of observatie van de hoptesten wordt aanbevolen, dit kan bijvoorbeeld met behulp van Optojump.
  • Video-analyse en observatie van een drop jump om te kunnen kijken naar de hoek van kniebuiging en dynamische knie valgus (naar binnen bewegen van knie, X-benen).
  • Daarnaast moet voorzichtig om worden gegaan met de Limb Symmetry Index (verhouding tussen aangedane en niet-aangedane been) als uitkomstwaarde, wordt vergelijking met een gezonde controlegroep aangeraden maar vergelijking tussen mannen en vrouwen niet.
  • Ten slotte kan de methodologie van testen geoptimaliseerd worden door uitkomst van een test te blinderen voor de beoordelaar, bijvoorbeeld door gebruik te maken van kousen om de knie.

terugkeren na VKB blessure

Hoe blijft het resultaat behouden?

Naast het voldoen aan de criteria is het uiteraard belangrijk dat de resultaten van het revalidatie programma behouden blijven, zodat de kans op het opnieuw verkrijgen van een VKB-blessure beperkt wordt. Aangeleerde motor skills moeten vanzelfsprekend worden om ook toe te passen in situaties wanneer er geen feedback, begeleiding of instructie meer is na het revalidatieprogramma. Over de manier waarop dit te bereiken valt is onlangs een artikel verschenen van Wouter Welling: Retention of movement technique: Implications for primary prevention of ACL injuries .

De aandacht van atleten tijdens bewegingsactiviteiten kan een interne focus (IF) en een externe focus (EF) hebben. Hierbij is intern gerelateerd aan lichaamsbeweging (‘focus op het buigen van de knie’) en extern aan de omgeving en uitkomst van beweging (‘focus op een zo zacht mogelijke landing’). Er wordt gesuggereerd dat het behouden van bewegingstechniek beter is bij externe focus dan bij interne focus .

In de studie van Wouter Welling zijn de prestaties bij een sprongtest vergeleken tussen een IF-groep, een EF-groep, een groep die video-instructies kreeg en een controle groep. Daarbij is met behulp van een Vicon 3D motion capture systeem gekeken naar: naar binnen en buiten buigen van de knie, range van knie flexie en piek grond reactie kracht. Deelnemers voerden een pre-test uit, twee trainingssessies met verschillende vormen van feedback per groep, een post-test en een retentie test na een week.

Uit deze studie is gebleken dat retentie van bepaalde aspecten van landing techniek succesvol is bij trainen met externe focus of video-instructie. Hetgeen dus interessant kan zijn voor blessurepreventie programma’s.

Kortom…

Het revalideren na een voorste kruisband reconstructie is een intensief traject. Het kan wel een aantal maanden duren tot een sporter weer terug kan keren naar zijn/haar sport/niveau. Tijdens zo’n traject werken sporter en fysiotherapeut samen met elkaar aan het herstel. In de literatuur worden belangrijke criteria genoemd waar de sporter en fysiotherapeut naar toe kunnen werken. Het is echter gebleken dat het ook belangrijk is aandacht te besteden aan de manier waarop men naar de criteria toewerkt. Zo kunnen aangeleerde bewegingspatronen worden behouden en de kans op een tweede VKB-blessure voorkomen. Kijk voor meer informatie ook op de website van FC Kruisband.

Bronnen

[1] Moses et al., 2012
[2] Saris et al., 2011
[3] Ardern et al., 2012, Mascarenhas et al., 2012 en McCullough et al., 2012
[4] Engelen-van Melick et al., 2013
[5] Gustavsson et al., 2008
[6] Schmidt & Lee, 2014
[7] Welling et al., 2017
[8] Wulf et al., 2010